13 jul 2020

Deel dit op:

Bouwinvest is wereldwijd actief en ziet een duidelijke trend: grootstedelijke metropoolregio’s bieden de beste investeringskansen. Tegelijkertijd liggen er ook grote uitdagingen, zoals het combineren van groei met het versterken van de leefbaarheid en de verduurzaming van de maatschappij.

Hely hub

Deelvervoer kan hierin helpen. Reden voor Bouwinvest om de samenwerking op te zoeken met Hely, een innovatieve startup die het aanbod van uiteenlopende vervoersmogelijkheden bij elkaar brengt. In gesprek met Michiel de Bruine (Director Dutch Residential Investments Bouwinvest) en Tarik Fawzi (co-founder Hely).

Wat goed is, komt snel. Dat geldt zeker voor de ontwikkeling die de ambitieuze startup Hely doormaakt. Het bedrijf dat in 2018 het licht zag, stelt via moderne apptechniek bewoners in stedelijke gebieden in staat gebruik te maken van uiteenlopende vormen van deelvervoer. Inmiddels heeft Hely al in meerdere grote steden ‘hubs’ ingericht waar deze bundeling van vervoersmogelijkheden plaatsvindt. Samenwerking is daarbij essentieel en zo kwam ook het contact met Bouwinvest tot stand.

Fawzi: ‘Via Parkbee, een bedrijf waar Bouwinvest en wij mee samenwerken, kwam in 2019 het contact tot stand. De click met Bouwinvest was er direct, heel open en plezierig. En de concrete actie volgde ook snel: laten we met een aantal locaties aan de slag gaan en samen ervaring opdoen.’

Waarom is deelvervoer voor jullie een belangrijk thema?
De Bruine: ‘Wij opereren internationaal en willen duurzame waarde toevoegen aan de steden waarin we investeren. En de uitdaging is groot: we moeten verduurzamen, de ruimte wordt steeds schaarser en steden worden drukker. De trek naar de stad is onmiskenbaar. Dan is het zaak een balans te vinden tussen groei en leefbaarheid, want leefbare steden zijn niet alleen goed voor het welzijn van de mensen die er wonen maar ook voor het rendement dat wij maken voor onze aandeelhouders, voornamelijk Nederlandse pensioenfondsen. Duurzaam vervoer is daarin een belangrijke factor.’

Fawzi: ‘Het efficiënt organiseren van vervoer in snel urbaniserende steden, dat is ook onze drive. We zien dat veel bedrijven en overheden ambitieuze klimaatdoelstellingen hebben. Deelvervoer brengt realisatie daarvan dichterbij en neemt momenteel een enorme vlucht. De tijd dat mensen in de stad twee auto’s konden hebben, is echt voorbij. Het leidt tot files, uitstoot van CO2 en fijnstof en aantasting van de openbare ruimte. Dat kan en moet anders.’

Waarin ligt de waarde van de samenwerking die jullie zijn aangegaan?
De Bruine: ‘De cijfers liegen er niet om. Auto’s staan voor 95% van de tijd stil. Eén deelauto vervangt 11 auto’s in eigendom. Door in te zetten op deelmobiliteit spelen we die ruimte vrij. Belangrijk tegen de achtergrond van de ambitie om de komende tijd in onze steden te verdichten. Daarnaast wil Bouwinvest huurders een zo compleet mogelijk aanbod doen: niet alleen een goede en passende woning maar ook de services die daarbij horen. Wij zien een duidelijke trend dat onze klanten de beschikking willen hebben over een breed palet aan vervoersmogelijkheden. Van e-bikes en scooters tot en met elektrische auto’s. Dat levert hen gemak en flexibiliteit op in relatie tot hun mobiliteitsbehoefte. Met hulp van de hubs van Hely kunnen we dat aanbieden; ieder opererend vanuit de eigen discipline.’

De Werf

Fawzi: ‘Door onze kennis te bundelen kunnen we ook inspelen op de ambities die bij gemeenten leven. De grote steden zijn duidelijk op zoek naar krachtige concepten waarmee zij aan de ene kant de parkeernorm kunnen verlagen en aan de andere kant de schaarse ruimte zo aantrekkelijk mogelijk inrichten. In tenders voor gebiedsontwikkeling vragen zij die concepten nadrukkelijk uit. En terecht: hoe eerder je deelvervoer opneemt in de planontwikkeling, hoe beter. Dan zijn er echt integrale oplossingen mogelijk.’

Hoe geven jullie de samenwerking concreet vorm?
Fawzi: ‘De pilot betrof het project De Werf in Amsterdam-Noord. Vervolgens hebben we Summertime op de Zuidas in Amsterdam erbij genomen en Rachmaninoff in Utrecht. Vanaf het begin was duidelijk: iedere locatie is anders en vraagt om maatwerk in het aanbieden van deelvervoer. Dat geldt ook voor de manier waarop onze hub fysiek vorm krijgt. De ene keer is dat binnen het complex zelf, de andere keer erbuiten.’

De Bruine: ‘We hebben bij Bouwinvest al vroeg uitgesproken: we nemen als opdrachtgever onze verantwoordelijkheid hierin. De aanpak bij De Werf is zeer succesvol gebleken, mede dankzij een uitgebreide communicatiecampagne die we hebben opgezet. Vanaf het begin was duidelijk dat we onze huurders hier nauwgezet in moesten meenemen. Dergelijke ervaringen delen we en nemen we mee naar andere projecten, in de verdere uitrol van het concept.’

Fawzi: ‘Hoe meer we leren, hoe scherper onze gezamenlijke aanbieding in de toekomst kan zijn.’

Aan welke voorwaarden moet een hub voor deelvervoer voldoen zodat het ook daadwerkelijk wordt gebruikt?
Fawzi: ‘Bij De Werf waren de ingrediënten uitstekend: een project met voldoende omvang – 950 woningen, 1.400 bewoners – en daarbij veel millennials die geen eigen auto hebben of verlangen. Inmiddels hebben we daar 150 steady gebruikers en dat aantal gaat zeker nog groeien.’

De Bruine: ‘Mogelijk dat we het project het DOK hieraan kunnen toevoegen. Dit is een gebouw met 449 appartementen dat Bouwinvest in de omgeving heeft aangekocht en dat nu wordt gebouwd. Hiermee wordt de potentiële doelgroep verder vergroot. Ook onderzoeken we de mogelijkheden om deze services voor deelvervoer breder aan te bieden. Dus niet alleen voor onze huurders maar ook voor andere bewoners en gebruikers in de omgeving. Dat komt de haalbaarheid van de businesscase ten goede en versterkt de leefkwaliteit in het gebied’.

Fawzi: ‘De signalen uit de markt daarop zijn zeer positief. In Utrecht gaven huurders dat letterlijk aan: “We komen hier wonen omdat het deelvervoer zo goed is geregeld.” Daar doen we het voor.’